1001004006420430Voor enkele workshops die ik geef, las ik een stapeltje boeken met theorieën en methoden over geloofsopvoeding. De komende tijd kunnen jullie hiervan verschillende recensies verwachten! Eén van de boeken die ik las was het boek ‘Geloven begint thuis’ van Mark Holmen. Het boek past niet bij mijn visie op geloofsopvoeding, en is daarom niet direct een aanrader van mijn kant. Maar wat ik wel leuk vind aan het boek, is het THABE-model (van de Amerikaanse predikant Martinson) dat de auteur uitwerkt: verschillende aspecten aan de geloofsopvoeding die volgens hem onmisbaar zijn.

THABE:
Tijd: Een belangrijk aspect aan de geloofsopvoeding is tijd. Wat is een passende tijd voor het aankaarten van bepaalde geloofsthema’s, en is het noodzakelijk om een bepaald aantal uren hieraan te besteden?  Vandaag de dag is tijd steeds schaarser, het is dan ook niet meer gebruikelijk dat het hele gezin altijd met elkaar aan tafel eet, of dat ouders altijd hun kinderen naar bed brengen. Een aantal momenten waarop je – naast de standaard bedtijd / maaltijd idee – met je kind(eren) over het geloof zou kunnen spreken is:

  • onderweg:
  • op vakantie
  • tijdens ziekte

Je hoeft er overigens niet een heel groot iets van te maken. Al fietsend kan je iets vertellen over je eigen geloof, of een vraag van je kind beantwoorden. Heb je op dat moment geen tijd, geef dan aan dat je de vraag gehoord hebt, en dat je er later op terugkomt. Doe dit ook, om vertrouwen en zekerheid bij je kind te behouden.

Het tijd vrijmaken voor een geloofsopvoeding hoeft bovendien niet alleen te gaan om het beantwoorden van vragen, ook het luisteren naar liedjes, het samen bidden, of het opzetten van een dvd’tje met een Bijbelverhaal maakt hier deel van uit.

Herhaling: Een tweede aspect waar je rekening mee dient te houden is dat – net als bij vrijwel alle andere opvoedonderwerpen – de geloofsopvoeding herhaling vraagt. Daarbij is niet alleen herhaling van belangrijke onderwerpen belangrijk, maar vooral ook continuïteit. Dit betekent dat je niet af en toe bidt met je kinderen als ze gaan slapen, maar elke avond. Door bepaalde handelingen te herhalen, zul je merken dat je kinderen hierop gaan rekenen en ze ook als een (prettig) onderdeel van de dagelijkse structuur zullen ervaren.

Acceptatie: Geloven is een ontzettende persoonlijke bezigheid. Vrijwel iedereen die gelooft twijfelt wel eens of heeft vragen over een bepaald onderwerp. Voor de geloofsopvoeding betekent dit onder meer dat de ‘opvoeding’ niet alleen gaat om het aanbieden van kennis of het geven van preken. Het is een proces van geven en nemen, van luisteren en spreken. Daarbij kan het voorkomen dat jouw kind(eren) er een andere mening op nahouden dan jij. Dit hoeft niet om hele grote onderwerpen te gaan, maar het kan zijn dat ze het geloof (tijdelijk) niets vinden, of zeer grote vraagtekens zetten bij iets waar jij heilig van overtuigd bent.

Wat doe je dan?

Het is ten eerste zaak om de ideeën van je kind, niet direct als kinderlijke ideeën weg te zetten. Er is waarschijnlijk goed over nagedacht, en zo niet dan merk je dat ook vanzelf. Wanneer je jouw eigen geloof en opvattingen zult proberen door te drukken, dan heb je de kans dat dit averechts werkt. Verschillende meningen kunnen naast elkaar bestaan, en dat is ook belangrijk om te onthouden. De geloofsopvoeding vraagt in dit geval een stuk acceptatie: die van een persoonlijk geloof van je kinderen, ook al is die anders dan de jouwe. Belangrijk is dat je kind weet dat het altijd geliefd is. Door jou, door God. Alleen dan hou je de mogelijkheid voor gesprek open.

Bewust: Het aanbieden van (christelijke) normen en waarden, Bijbelverhalen en dergelijke is een bewuste keuze. Het is iets waar je over na hebt gedacht, waar je voor hebt besloten, en wat je dan vervolgens ook uitvoert. Evenals met andere keuzes, zitten er ook aan deze keuze voor- en nadelen verbonden (als je het zo sterk tegenover elkaar wilt zetten). Zo is het bij de geloofsopvoeding soms noodzakelijk om bewust het gesprek aan te gaan over onderwerpen waar je het misschien liever niet over hebt. Denk hierbij aan gesprekken over geweldloos samenleven, seksualiteit en pesten. Een tip daarbij: schuw niet om je eigen ‘slechte’ keuzes bij deze gesprekken aan de orde te stellen. Zo leren je kinderen dat het ok is om fouten te maken, en dat ze daarna opnieuw kunnen beginnen.

Een ander onderdeel van deze bewuste keuze voor een (vorm van) geloofsopvoeding is het voorleven van dat waar je voor staat. Dit hoeft niet perfect te gaan, maar als jij eerlijkheid of geduld verwacht van je kinderen, dan moeten zij dit ook van jou kunnen verwachten.

Eindeloos: De laatste letter in dit model is de ‘E’. Opvoeden, en zo ook de geloofsopvoeding is iets wat eindeloos doorgaat. Zoals de auteur van het boek zegt: “Je blijft altijd ouder van een kind.” Hoe oud je ook bent, je kunt het met jouw kind(eren) altijd over geloofsonderwerpen hebben. Natuurlijk verandert de toon, de inhoud, de manier waarop je met elkaar in gesprek dan wel discussie gaat. Maar samen spreken over het geloof is iets waarmee je eindeloos door kunt gaan.

Wat vind je van deze aspecten aan een geloofsopvoeding? Kan je je hierin vinden? Of mis je nog iets? Laat het weten in de comments!